Home » Thema's » Huis- en gezelschapsdieren » Hondenpoep: van klacht naar beleid 

Hondenpoep: van klacht naar beleid 

Hondenpoep is misschien wel het onderwerp waarover gemeenten de meeste meldingen ontvangen. Elke dag opnieuw. In elke wijk, in elk dorp. Inwoners ergeren zich, handhavers worden erop aangesproken, en raadsleden krijgen er vragen over in de vergadering. Toch is het ook een onderwerp waarbij relatief eenvoudige keuzes een groot verschil kunnen maken, als je als gemeente maar durft te kiezen. 

Dit artikel helpt je om de juiste vragen te stellen, van andere gemeenten te leren en de goede beleidskeuzes te maken. Want een reactieve aanpak kost uiteindelijk meer dan een doordachte aanpak. 

Waarom is dit een bestuurlijk thema? 

Hondenpoep gaat over meer dan hygiëne. Het raakt aan leefbaarheid, handhaving en de verhouding tussen gemeente en inwoners. Een gemeente die hier geen helder beleid op heeft, reageert telkens ad hoc op klachten, zonder structureel resultaat. Dat kost tijd, geld en goodwill. 

Nederland telt naar schatting 1,5 miljoen honden. Een gemiddelde hond produceert dagelijks uitwerpselen. Ook als maar een klein deel van de baasjes het niet opruimt, zorgt dat voor een forse hoeveelheid overlast in de openbare ruimte. Gemeenten ontvangen hierover regelmatig meldingen via hun klachtensysteem, vaak in de top drie van meest ingediende klachten over de openbare ruimte. 

Bovendien zijn er gezondheidsrisico's. Uitwerpselen van honden kunnen de parasiet Toxocara canis bevatten. Deze parasiet is overdraagbaar op mensen, met name op kinderen die op straat of in parken spelen. Besmetting kan in zeldzame gevallen leiden tot ernstige klachten, zoals oogproblemen of neurologische verschijnselen. Dat maakt het niet alleen een ergernis, maar ook een volksgezondheidskwestie. 

Wat zeggen inwoners? 

"Ik erger me er elke ochtend aan als ik mijn kind naar school breng. Je moet de hele tijd opletten waar je loopt."  

"Ze hebben wel poepbakken geplaatst, maar die staan niet op de plekken waar de honden uitgelaten worden."  

"In onze wijk hebben we zelf een app-groep gemaakt om overlastplekken te melden. De gemeente doet er weinig mee."  

Wat zegt de wet? 

Gemeenten hebben via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid om regels te stellen over het uitlaten van honden en het opruimen van uitwerpselen. De APV is het gemeentelijke instrument bij uitstek voor dit soort leefbaarheidsonderwerpen. 

De meeste gemeenten hanteren een algemene opruimplicht: wie zijn hond uitlaat en de hond doet zijn behoefte op de openbare weg, is verplicht dit onmiddellijk op te ruimen. Overtredingen kunnen worden bestraft met een boete, die per gemeente verschilt maar doorgaans ligt tussen de 90 en 150 euro. 

Naast de opruimplicht kunnen gemeenten ook gebieden aanwijzen waar honden verplicht aangelijnd moeten zijn, of juist losloopgebieden inrichten waar meer vrijheid geldt. In sommige APV's is ook een uitzondering opgenomen voor losloopgebieden: wie zijn hond daar uitlaat, hoeft de poep niet altijd op te ruimen, mits het terrein daarvoor is ingericht. 

Belangrijk: de APV is een gemeentelijke verordening. Dat betekent dat de raad deze zelf vaststelt en aanpast. Wil je als gemeente strenger of soepeler zijn, dan begint dat bij de raad. 

Faciliteren: wat werkt in de praktijk? 

Handhaving alleen lost het probleem niet op. Uit onderzoek en gemeentelijke evaluaties blijkt steeds weer dat een combinatie van maatregelen het meeste effect heeft. Facilitering is daarin een sleutelrol: als het makkelijk is om het goed te doen, doen meer mensen het goed. 

Poep(prullen)bakken: hoeveel en waar? 

De meest voor de hand liggende maatregel is het plaatsen van poepbakken. Maar de praktijk leert dat de plaatsing cruciaal is. Poepbakken die staan op plekken waar nauwelijks honden worden uitgelaten, helpen weinig. Poepbakken op drukke uitlaatroutes, bij parken, speeltuinen en waterpartijen, maken het verschil. 

Sommige gemeenten werken met een norm: een poepbak per zoveel meter in hondenrijke gebieden. Andere gemeenten vragen inwoners om overlastplekken te melden en plaatsen op basis daarvan gerichte extra bakken. Een gemeente deed dit via een participatietraject waarbij hondenbezitters zelf de routes en plekken aangaven waar voorzieningen ontbraken. Het resultaat: een betere spreiding en minder klachten in de betrokken wijken. 

Gratis poepzakjes 

Een andere effectieve maatregel is het beschikbaar stellen van gratis poepzakjes, via dispensers op uitlaatplekken of via de gemeente zelf. De kosten zijn relatief laag, het effect op het gedrag van hondenbezitters is meetbaar positief. Een gemeente experimenteerde met zakjesdispensers op strategische locaties en zag het aantal meldingen in de omgeving van die locaties dalen. 

Een veelgehoord bezwaar is dat gratis zakjes zelfredzaamheid ontmoedigen. In de praktijk blijkt dit bezwaar beperkt: de meeste hondenbezitters die hun hond verantwoord uitlaten, pakken een zakje mee van huis. Het zijn juist de onverschilligen die over de drempel geholpen worden door een zakje ter plekke. 

Bewegwijzering en sociale norm 

Borden en bewegwijzering werken het beste als ze niet alleen verbieden, maar ook informeren en stimuleren. Een bord met alleen 'opruimen verplicht' heeft minder effect dan een bord dat ook aangeeft waar de dichtstbijzijnde poepbak staat. 

Onderzoek naar gedragsverandering laat zien dat het benadrukken van de sociale norm, de meeste mensen doen het al goed, effectiever is dan alleen handhavend communiceren. Stel dat een gemeente in een campagne laat zien dat het overgrote deel van de hondenbezitters de poep gewoon opruimt, dan spreekt dat de achterblijvers directer aan dan een verbodsbord. 

Handhaving: wat werkt wel en niet? 

Handhaving op hondenpoep is arbeidsintensief. Een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) moet een overtreding op heterdaad constateren om een boete te kunnen uitschrijven. In de praktijk gebeurt dat zelden: de kans dat een BOA precies op het moment aanwezig is dat een baasje de poep laat liggen, is klein. Gemeenten die zwaar inzetten op handhaving zonder ondersteunende maatregelen boeken dan ook weinig resultaat. 

Wat wel werkt, is gerichte handhaving: op plekken en tijden waar de overlast het grootst is, gecombineerd met aanwezig zijn en aanspreken. Een BOA die zichtbaar aanwezig is in een park en actief het gesprek aangaat met hondenbezitters, heeft meer effect op het gedrag dan incidentele controles. 

Sommige gemeenten experimenteren met cameratoezicht op overlastplekken. Dit is juridisch mogelijk onder strikte voorwaarden en vraagt een besluit van de raad. De privacy-aspecten verdienen daarbij zorgvuldige afweging. 

Stel dat een gemeente tegelijkertijd inzet op extra poepbakken, een informatiecampagne en gerichte BOA-inzet op hotspots, dan is de kans op merkbaar resultaat groter dan bij één losse maatregel. De combinatie van faciliteren, communiceren en handhaven versterkt elkaar. 

Inwonersparticipatie: een onderschatte kracht 

Gemeenten die inwoners betrekken bij de aanpak, zien vaker structurele verbeteringen dan gemeenten die het probleem alleen van bovenaf aanpakken. Hondenbezitters zijn vaak de beste ambassadeurs voor verantwoord uitlaatgedrag, als je ze de ruimte geeft. 

Praktische vormen van participatie zijn: 

  • een hondenbezittersoverleg, waarbij de gemeente samen met hondenbezitters overlastplekken en oplossingen bespreekt 
  • een digitaal meldpunt voor overlastplekken, gekoppeld aan het gemeentelijk beheersysteem 
  • een vrijwilligersnetwerk van 'hondencoaches' die in hun eigen wijk andere hondenbezitters aanspreken 
  • het betrekken van hondenbezitters bij de locatiekeuze van losloopgebieden en poepbakken 

Een gemeente werkt al enkele jaren met wijkgerichte hondenbezittersoverleggen. De uitkomsten van die overleggen worden direct meegenomen in het beheer van de openbare ruimte. Het draagvlak voor handhaving is in die wijken merkbaar groter. 

Kosten en opbrengsten 

Een vraag die in de raad regelmatig opkomt: wat kost dit eigenlijk, en wat levert het op? Dat is niet altijd eenvoudig te beantwoorden, maar een paar ijkpunten helpen. 

De kosten van het reinigen van de openbare ruimte van hondenpoep zijn voor de meeste gemeenten aanzienlijk. Denk aan het regelmatig maaien en reinigen van parken, speelterreinen en trottoirs. Exacte cijfers verschillen per gemeente en per methode van reinigen, maar de kosten lopen al snel in de tienduizenden euro's per jaar voor middelgrote gemeenten. 

Daar tegenover staan de kosten van preventie: poepbakken plaatsen en legen, zakjesdispensers, campagnes en BOA-inzet op dit thema. In gemeenten die systematisch hebben geïnvesteerd in preventie, zijn de reinigingskosten gedaald. De terugverdientijd verschilt, maar de trend is consistent: investeren in gedragsbeïnvloeding loont. 

Welke bestuurlijke keuzes liggen er? 

Als raad of college maak je keuzes op drie niveaus: 

  • Ambitie: wil je actief sturen op leefbaarheid en gedragsverandering, of reageer je alleen op klachten? 
  • Middelen: wat investeer je in voorzieningen en communicatie, en wat reserveer je voor handhaving? 
  • Samenwerking: betrek je wijkbewoners en hondenbezitters actief bij het oplossen van het probleem? 

Een goede beleidsaanpak begint niet met handhaving, maar met de vraag: wat maakt het voor een hondenbezitter makkelijk om het goed te doen? Als die vraag beantwoord is, volgt handhaving als sluitstuk, niet als startpunt. 

Wat kun je als raadslid of wethouder doen? 

Stel jezelf de volgende vragen als dit onderwerp in de raad of het college op tafel komt: 

  • Heeft onze gemeente een actuele APV-bepaling over hondenpoep, en wordt die ook gehandhaafd? 
  • Zijn er voldoende poepbakken, en staan die op de plekken waar honden daadwerkelijk worden uitgelaten? 
  • Weten inwoners wat de regels zijn, en worden ze actief gestimuleerd om zich eraan te houden? 
  • Is er een duidelijk aanspreekpunt voor klachten, en worden meldingen structureel bijgehouden en geanalyseerd? 
  • Zijn hondenbezitters betrokken bij de aanpak, of wordt het beleid alleen van bovenaf bepaald? 
  • Weten we wat de aanpak kost en wat het oplevert, en is dat onderbouwd in de begroting? 

Hondenpoep lost zichzelf niet op. Maar met een heldere aanpak, goede voorzieningen, slimme communicatie en gerichte handhaving op de juiste plekken, is het een beheersbaar probleem. En een gemeente die dit goed regelt, laat zien dat ze de leefbaarheid serieus neemt.