Home » Thema's » Wetgeving, beleid & handhaving » Hondenbeleid: hoe stel je het op als gemeente? 

Hondenbeleid: hoe stel je het op als gemeente? 

Honden zijn de meest gehouden huisdieren in Nederland. Ze zijn aanwezig in elke wijk, op elk tijdstip. En ze zorgen voor vragen, klachten en verwachtingen richting de gemeente: over losloopgebieden, hondenpoep, bijtincidenten, handhaving en financiering. Gemeenten die al die vragen ad hoc beantwoorden, lopen achter de feiten aan. Gemeenten die er een samenhangend beleid op nahouden, zijn beter in staat om keuzes te maken en die uit te leggen. 

Dit blog is de kapstok voor het hondenbeleid van jouw gemeente. Het geeft een overzicht van de onderwerpen die in goed hondenbeleid thuishoren, de wettelijke kaders die gelden en de bestuurlijke keuzes die je als raad of college moet maken. De afzonderlijke onderwerpen worden uitgewerkt in de andere blogs in dit dossier. 

Waarom hondenbeleid? 

Honden leven in de openbare ruimte. Dat betekent dat hun aanwezigheid raakt aan de leefbaarheid van de gemeente, aan de veiligheid van andere gebruikers van die ruimte en aan de verhouding tussen verschillende groepen inwoners. Hondenbezitters en niet-hondenbezitters delen dezelfde stoepen, parken en pleinen, maar hebben soms sterk uiteenlopende behoeften en verwachtingen. 

Zonder beleid reageert een gemeente telkens opnieuw op incidenten en klachten. Met beleid kan een gemeente keuzes vooraf vastleggen: welke voorzieningen bieden we, waar mogen honden los lopen, hoe handhaven we en wat verwachten we van hondenbezitters. Dat maakt het werk van ambtenaren en handhavers eenvoudiger en geeft inwoners duidelijkheid. 

Bovendien is er een wettelijke basis die gemeenten verplicht tot bepaalde keuzes. De Wet dieren legt een zorgplicht op voor gevonden en verwaarloosde dieren. De APV biedt het kader voor regels over loslopen, aanlijnen en opruimplicht. De gemeente die die kaders niet bewust invult, laat beleidsvrijheid onbenut. 

Wat hoort er in hondenbeleid? 

Goed hondenbeleid is meer dan een lijstje regels. Het is een samenhangende visie op hoe de gemeente omgaat met honden in de openbare ruimte, met aandacht voor vier pijlers: 

1. Voorzieningen 

Welke voorzieningen biedt de gemeente aan hondenbezitters en aan inwoners die last kunnen hebben van honden? Denk aan losloopgebieden, poepbakken, zakjesdispensers en bewegwijzering. De keuzes die je hier maakt, bepalen mede hoeveel klachten je ontvangt en hoeveel handhaving je nodig hebt. 

Meer over losloopgebieden: zie Losloopgebieden: beleid en keuzes voor de gemeente. Meer over hondenpoep: zie Hondenpoep: van klacht naar beleid. 

2. Regels en handhaving 

Welke regels stelt de gemeente via de APV, en hoe worden die gehandhaafd? De APV is het gemeentelijke instrument voor regels over loslopen, aanlijnen en opruimplicht. Maar regels zonder handhaving ondermijnen het beleid als geheel. Goed hondenbeleid is helder over welke regels gelden en wat de gemeente bereid en in staat is te handhaven. 

Meer over bijtincidenten en aansprakelijkheid: zie Bijtincidenten en bestuurlijke aansprakelijkheid. 

3. Financiering 

Hondenbeleid kost geld: voor voorzieningen, onderhoud en handhaving. De gemeente heeft de keuze om een deel van die kosten te financieren via hondenbelasting, of alles ten laste te brengen van de algemene middelen. Die keuze heeft gevolgen voor de hoogte van de lasten voor hondenbezitters en voor de politieke discussie over rechtvaardigheid. 

Meer over hondenbelasting: zie Hondenbelasting: afschaffen of niet?. 

4. Communicatie en participatie 

Hondenbezitters zijn een grote en betrokken groep inwoners. Beleid dat tot stand komt zonder hun inbreng, leidt tot weerstand en klachten. Beleid dat hondenbezitters betrekt bij de keuze van locaties, de inrichting van gebieden en de formulering van regels, heeft meer draagvlak en wordt beter nageleefd. 

Wettelijke kaders 

Gemeentelijk hondenbeleid beweegt zich binnen een aantal wettelijke kaders die je als raadslid of wethouder moet kennen: 

  • Wet dieren: legt gemeenten een zorgplicht op voor gevonden en verwaarloosde dieren. In de praktijk betekent dit dat de gemeente afspraken moet hebben met een dierenasiel voor de opvang van gevonden honden en katten, en met een dierenambulance voor het vervoer van zieke en gewonde dieren. 
  • APV: de Algemene Plaatselijke Verordening is het gemeentelijke instrument voor regels over honden in de openbare ruimte. De gemeente stelt de APV zelf vast via de raad. Daarin kunnen regels worden opgenomen over aanlijnen, loslopen, opruimplicht en losloopgebieden. 
  • Omgevingswet: relevant bij ruimtelijke besluiten die de openbare ruimte raken, zoals de aanwijzing van losloopgebieden in bestemmingsplannen of de inrichting van parken en groengebieden. 
  • Gemeentewet artikel 226: geeft gemeenten de bevoegdheid om hondenbelasting te heffen. Gemeenten zijn hier niet toe verplicht. 

Hoe stel je hondenbeleid op? 

Een Nota Hondenbeleid of een bredere Nota Dierenwelzijn is het aangewezen instrument om de gemeentelijke keuzes op dit terrein vast te leggen. Zo'n nota geeft richting aan ambtenaren en handhavers, biedt inwoners duidelijkheid en stelt de raad in staat om te controleren of het beleid wordt uitgevoerd. 

Een goed proces voor het opstellen van hondenbeleid bevat in ieder geval: 

  • Een inventarisatie van de huidige situatie: welke voorzieningen zijn er, welke klachten zijn er en wat staat er nu in de APV? 
  • Een participatietraject: hondenbezitters en andere gebruikers van de openbare ruimte betrekken bij de keuzes 
  • Een financieel overzicht: wat kost het huidige beleid en wat kost een eventuele uitbreiding of verbetering? 
  • Een handhavingsparagraaf: welke regels worden gehandhaafd, met welke capaciteit en op welke plekken? 
  • Een evaluatiemoment: wanneer wordt het beleid geëvalueerd en op basis van welke criteria? 

Praktische tip 

Koppel de nota aan een hondenkaart: een overzicht van alle losloopgebieden, verboden gebieden en voorzieningen in de gemeente. Veel gemeenten publiceren zo'n kaart digitaal. Dat maakt het beleid zichtbaar en toegankelijk voor inwoners, en geeft handhavers een helder referentiekader. 

Wat kun je als raadslid of wethouder doen? 

Stel jezelf de volgende vragen als hondenbeleid op de agenda staat: 

  • Heeft de gemeente een actuele nota hondenbeleid of is het beleid versnipperd over losse APV-artikelen en ad-hocbesluiten? 
  • Zijn de wettelijke verplichtingen op orde: contracten met dierenasiel en dierenambulance, APV-bepalingen voor loslopen en opruimplicht? 
  • Zijn de voorzieningen in de gemeente voldoende en goed verspreid over de wijken? 
  • Is er zicht op de kosten van het huidige hondenbeleid en op de verhouding tot eventuele hondenbelastingopbrengsten? 
  • Zijn hondenbezitters en andere inwoners betrokken bij de totstandkoming van het beleid? 
  • Is er capaciteit voor handhaving, en weten handhavers wat er van hen verwacht wordt? 

Hondenbeleid is nooit af. De openbare ruimte verandert, de samenstelling van de bevolking verandert en de verwachtingen van inwoners veranderen mee. Een gemeente die haar hondenbeleid regelmatig evalueert en bijstelt, loopt minder achter de feiten aan en heeft meer grip op de kosten en de kwaliteit van de leefomgeving.