Home » Thema's » Samenwerking en organisatie » De RI&E voor dierenhulporganisaties

De RI&E voor dierenhulporganisaties

Veilig werken in de dierenhulp begint met een goede RI&E

Voor dierenhulporganisaties is een RI&E vrijwel altijd verplicht, ook zonder betaald personeel. Wie werkt met biologische agentia zoals uitwerpselen, zieke dieren of kadavers, of met gevaarlijke stoffen zoals desinfectantia, is op grond van het Arbobesluit verplicht een RI&E op te stellen. Dat geldt bij dierenasielen, dierenopvangen, dierenambulances en wildopvangcentra standaard.

Heb je wel betaald personeel? Dan geldt de verplichting sowieso, voor elke omvang. Vrijwilligers, stagiaires en uitzendkrachten tellen mee. Alleen als iedereen samen minder dan 40 uur per week werkt, mag je volstaan met de verkorte Checklist Gezondheidsrisico's van het Steunpunt RI&E.

Wat als je geen RI&E hebt?

Wettelijk gezien loop je direct risico.
Het ontbreken van een RI&E is een overtreding van artikel 5 lid 1 van de Arbowet. De Nederlandse Arbeidsinspectie legt hiervoor direct een boete op, zonder eerst een waarschuwing te geven. De maximale boete voor het ontbreken van een RI&E bedraagt € 4.500. Ook het ontbreken van een plan van aanpak leidt tot een directe boete van maximaal € 3.000. Een verouderde RI&E kost maximaal € 1.500.

Bij een ernstig incident op de werkvloer volgt in de meeste gevallen een inspectie op locatie. De inspecteur onderzoekt of er sprake is van een overtreding van de Arbowet en bekijkt of de werkgever voldoende heeft gedaan om risico's te beperken. Ontbreekt een actuele RI&E, dan volgt doorgaans een boeterapport.

Bij de berekening van de boete voor een werkgever waarbij vrijwilligers werkzaam zijn, wordt uitgegaan van het aantal vrijwilligers dat aanwezig was op de locatie waar de overtreding plaatsvond. Hoe meer vrijwilligers, hoe hoger de boete kan uitvallen.

Maar de wet is niet de belangrijkste reden. Je werkt met mensen die zich vrijwillig inzetten voor dieren. Ze worden gebeten en gekrabd, sjouwen met zware kooien, rijden 's nachts uit voor een gewond dier en verwerken kadavers. Ze worden blootgesteld aan zoönosen, gevaarlijke schoonmaakmiddelen en emotioneel zwaar werk. En ze doen dat vaak zonder dat iemand hen heeft verteld wat de risico's zijn of hoe ze zichzelf kunnen beschermen.

Een RI&E maakt die risico's zichtbaar. Niet om ze op papier te zetten en weer te archiveren, maar om er iets aan te doen. Dat is wat goed bestuur betekent: weten wat er speelt op de werkvloer en je verantwoordelijkheid nemen voor de mensen die het werk doen.

Maar een RI&E op papier is niet genoeg. Het gaat erom dat je de risico's ook echt kent, dat iedereen in de organisatie weet wat er in staat, en dat je er intern op blijft toetsen. Een klassiek voorbeeld uit de praktijk: leveringen die even in de gang worden neergezet omdat de dieren op dat moment voorgaan. Logisch, want zo werkt het in een drukke opvang. Maar voor je het weet stapelen dozen zich op, is de vluchtweg geblokkeerd en struikelt iemand over een krat. In dierenasielen met ruimtegebrek staan voerzakken soms letterlijk tegen de nooduitgang. Niemand heeft dat bewust zo gedaan, het is gewoon zo gegroeid.

Daar gaat een goede RI&E over: niet over wat er op papier klopt, maar over wat er in de praktijk gebeurt. En over een bestuur dat zich daar niet alleen verantwoordelijk voor weet, maar dat ook laat zien.

Wat is een RI&E?

Een risico-inventarisatie en -evaluatie is een schriftelijk overzicht van alle gezondheids- en veiligheidsrisico's die het werk in jouw organisatie met zich meebrengt. De wet verplicht je niet alleen die risico's op te schrijven, maar ook te beoordelen hoe ernstig ze zijn en wat de kans is dat ze zich voordoen. Dat is de evaluatie in RI&E: niet alleeen registreren, maar ook wegen.
Bij die inventarisatie hoort altijd een plan van aanpak. Daarin leg je vast welke maatregelen je neemt om de risico's aan te pakken, wie daarvoor verantwoordelijk is en binnen welke termijn dat moet gebeuren. Zonder plan van aanpak is een RI&E niet compleet en ben je alsnog in overtreding.

Een RI&E is geen eenmalig document. Het is een levend instrument dat je actueel houdt, intern bespreekt en regelmatig herziet.

Wat staat er in een RI&E?

Een volledige RI&E beschrijft in elk geval:

  • de werkzaamheden die in de organisatie worden uitgevoerd en de bijbehorende risico's;
  • de maatregelen die al zijn genomen om die risico's te beperken;
  • een beoordeling van kans en ernst per risico;
  • een plan van aanpak met concrete acties, verantwoordelijken en termijnen;
  • bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen, zoals jongeren onder de 18, zwangere medewerkers en mensen met een beperking.

Voor dierenhulporganisaties betekent dat in de praktijk: aandacht voor bijtincidenten, zoönosen, kadaveropslag, gevaarlijke schoonmaakmiddelen, fysieke belasting, nachtdiensten en de emotionele druk van het werk. Dat zijn hele concrete risico's en de dagelijkse realiteit op de werkvloer van elk dierenasiel, wildopvangcentrum en dierenambulance.

Wie maakt de RI&E?

De eindverantwoordelijkheid ligt altijd bij de werkgever, in de meeste dierenhulporganisaties dus bij het bestuur. In de praktijk wordt de RI&E opgesteld door of samen met de preventiemedewerker: een persoon binnen de organisatie die de arbo-taken coördineert. Dat hoeft geen gecertificeerde expert te zijn, maar wel iemand die de werkvloer kent en in staat is risico's te signaleren.

Je mag de RI&E ook laten opstellen door een externe partij, zoals een arbodienst of veiligheidskundige. Dat is handig als de kennis intern ontbreekt of als je wilt dat iemand met een frisse blik meekijkt.

Na het opstellen moet de RI&E in de meeste gevallen worden getoetst door een gecertificeerde arbodienst of arbodeskundige. Die toetsingsplicht vervalt alleen als het gaat om een organisatie met 25 of minder medewerkers die een erkend branche-instrument gebruikt, een organisatie met betaald personeel voor in totaal ten hoogste 40 uur per week, of een vrijwilligersorganisatie zonder betaald personeel.
Er bestaat op dit moment geen erkend branche-instrument voor dierenhulporganisaties. Dat betekent dat je RI&E in de meeste gevallen getoetst moet worden, tenzij je valt binnen de uitzonderingsregels hierboven.

Vrijwilligers en de RI&E: wat geldt er?

Vrijwilligers vallen onder de Arbowet. Dat is geen discussiepunt meer. Sinds de wetswijziging van 2022 (artikel 9.5a Arbobesluit) moeten vrijwilligers altijd worden meegenomen in de RI&E. De risico's waaraan zij worden blootgesteld tellen even zwaar als die van betaalde medewerkers.

In de praktijk betekent dit dat je de RI&E opstelt voor iedereen die werkzaamheden verricht in jouw organisatie: vrijwilligers, stagiaires, uitzendkrachten en betaald personeel samen. Werk je uitsluitend met vrijwilligers en heb je geen betaald personeel? Dan ben je vrijgesteld van de toetsingsplicht. Maar de verplichting om een RI&E op te stellen geldt ook voor jou, zeker als je werkt met biologische agentia of gevaarlijke stoffen.

Let op kwetsbare groepen. Jongeren onder de 18 mogen niet worden ingezet voor alle werkzaamheden. Zwangere vrijwilligers mogen niet worden blootgesteld aan bepaalde zoönosen zoals toxoplasmose. Anderstalige vrijwilligers moeten veiligheidsvoorlichting in een taal ontvangen die zij begrijpen. Al deze groepen horen expliciet benoemd te zijn in de RI&E.

Specifieke risico's in de dierenhulp

Dierenhulporganisaties zijn geen kantoren. De risico's zijn concreet, divers en komen in vrijwel elke werksessie voor. Denk aan bijtwonden van dieren met onbekende herkomst, blootstelling aan zoönosen als kattenkrabziekte of ringworm, het tillen van zware kooien of gewonde dieren, het rijden door nacht en regen voor een ambulance-inzet, en de emotionele belasting van euthanasie en sterfte.

Tegelijkertijd zijn er risico's die minder zichtbaar zijn maar minstens zo reëel: een geblokkeerde nooduitgang omdat er dozen in de gang staan, een vrijwilliger die na een zware nachtdienst uitgeput achter het stuur kruipt of bij een agressief persoon met verward gedrag een hond moet ophalen.

De risico's verschillen per organisatietype. Kijk voor de verdieping die bij jouw organisatie past:

• Verdieping: dierenasiel [link volgt]
• Verdieping: dierenopvang [link volgt]
• Verdieping: dierenambulance [link volgt]
• Verdieping: wildopvangcentrum [link volgt]

Hoe onderhoud je een RI&E?

Een RI&E is verplicht actueel te zijn. Dat betekent niet dat je hem elk jaar volledig opnieuw schrijft, maar wel dat je hem regelmatig controleert en bijwerkt als de situatie verandert.

Situaties die altijd aanleiding geven tot herziening zijn: een ernstig incident of arbeidsongeval, een verbouwing of verhuizing, nieuwe werkzaamheden of nieuwe risico's, en een significante groei of krimp van de organisatie. Ongeacht of er iets verandert, raden arboprofessionals aan de RI&E minimaal elke vier jaar volledig door te lopen.

Maak de RI&E een terugkerend agendapunt in het bestuur, niet iets dat eens in de zoveel jaar van de plank wordt gehaald. Het plan van aanpak hoort minimaal jaarlijks te worden besproken: welke acties zijn afgerond, welke lopen nog, wat is er nieuw bijgekomen?

Zorg ook dat iedereen in de organisatie weet wat er in de RI&E staat. Niet alleen de preventiemedewerker of de coördinator, maar ook de vrijwilliger die elke zaterdagochtend de kooien schoonmaakt.

Van RI&E naar plan van aanpak: dit blijft vaak liggen

Een RI&E opstellen is één ding. Maar de meeste organisaties lopen vast op de stap erna: wat doe je nu met de uitkomsten? Hoe zet je een lijst met risico's om in concrete actie? En wie pakt wat op, wanneer?
Precies daar gaat het in de praktijk het vaakst mis. De RI&E wordt ingevuld, opgeslagen en niet meer aangeraakt. Niet uit onwil, maar omdat niemand heeft uitgelegd hoe je van inventarisatie naar uitvoering komt.

Wat is een plan van aanpak precies?

Het plan van aanpak is een verplicht onderdeel van de RI&E. Het is geen apart document, maar een lijst van maatregelen die je neemt om de geïdentificeerde risico's te beheersen of weg te nemen. Per maatregel leg je vast: wat er precies moet gebeuren, wie daarvoor verantwoordelijk is en voor welke datum het geregeld moet zijn.

Houd het concreet. "We gaan letten op tillen" is geen maatregel. "Coördinator bespreekt uiterlijk 1 april met alle vrijwilligers hoe je een hond of kat veilig optilt en draagt" is er wel een.

Hoe stel je prioriteiten?

Niet alles kan tegelijk. Prioriteer op basis van twee factoren: ernst en kans. Een risico dat ernstige gevolgen heeft en regelmatig voorkomt, vraagt om directe actie. Een risico dat theoretisch bestaat maar nauwelijks realistisch is, kan wachten.
Een simpele indeling die werkt in de praktijk: verdeel de risico's in drie groepen.

  • Direct aanpakken: hoog risico, nu actie vereist.
  • Op korte termijn oppakken: middelgroot risico, aanpak binnen drie tot zes maanden.
  • Monitoren: laag risico, periodiek controleren of de situatie verandert.

Wie doet wat?

Benoem per actie een verantwoordelijke persoon, niet een functie of een afdeling. "Het bestuur" pakt niets op. "Marjan, coördinator vrijwilligers, regelt dit voor 15 mei" wel.
Dat betekent ook dat het bestuur zelf een rol heeft in het plan van aanpak, naast het accorderen ervan. Sommige maatregelen vragen om een besluit, een budget of een beleidswijziging. Die liggen per definitie op bestuurstafel.
Bespreek het jaarlijks

Het plan van aanpak is geen checklist die je afvinkt en wegstopt. Bespreek de voortgang minimaal één keer per jaar in het bestuur. Welke acties zijn afgerond? Welke lopen vertraging op en waarom? Zijn er nieuwe risico's bijgekomen?
Maak dit een vast agendapunt, bij voorkeur gekoppeld aan het jaarverslag of de jaarplanning. Zo blijft de RI&E een levend instrument in plaats van een document dat stof verzamelt.

Een arbodienst inschakelen: wanneer en hoe?

Een arbodienst is een gecertificeerde organisatie die je kan ondersteunen bij arbo-gerelateerde taken, waaronder de toetsing van de RI&E. Toetsing betekent dat een deskundige van buiten jouw organisatie beoordeelt of de RI&E volledig, betrouwbaar en actueel is, en of de voorgestelde maatregelen in het plan van aanpak realistisch en toereikend zijn. Je ontvangt een schriftelijk toetsingsrapport.

Je bent verplicht een arbodienst of gecertificeerde arbodeskundige in te schakelen voor de toetsing als jouw organisatie niet valt onder de uitzonderingsregels (zie de sectie "Wie maakt de RI&E?" hierboven).
Naast toetsing kun je een arbodienst inschakelen voor advies bij het opstellen van de RI&E, voor verdiepend onderzoek naar specifieke risico's (zoals biologische agentia of gevaarlijke stoffen), en voor begeleiding bij verzuim en re-integratie als je betaald personeel hebt.

Kies een arbodienst die kennis heeft van de non-profitsector of van werk met dieren. Niet elke arboconsultant is even vertrouwd met de praktijk van een dierenasiel of wildopvangcentrum. Vraag vooraf naar ervaring in vergelijkbare organisaties.

Zelf aan de slag

DierenAdviesPunt heeft een online RI&E-tool ontwikkeld die specifiek is gericht op dierenhulporganisaties. Er bestaat geen erkend branche-instrument voor deze sector. 
Je doorloopt de relevante domeinen voor jouw organisatietype, beantwoordt gerichte vragen over de situatie op jouw werkvloer en ontvangt een overzicht van de risico's die aandacht vragen. Het resultaat is printbaar en bruikbaar als basis voor je plan van aanpak.

Praktische tips per onderdeel

Elk domein in de DierenAdviesPunt RI&E-tool bevat concrete tips om van risico naar maatregel te komen: wat werkt in de praktijk, wat kun je morgen al regelen en wat vraagt meer voorbereiding. Die tips vind je bij het doorlopen van de tool.

Belangrijk om te weten: de DierenAdviesPunt RI&E-tool is geen erkend branche-instrument in de zin van de Arbowet. De uitkomst geeft je een goed vertrekpunt, maar vervangt geen wettelijk verplichte toetsing door een gecertificeerde arbodienst of arbodeskundige. Of je die toetsing nodig hebt, hangt af van de omvang en samenstelling van je organisatie. Lees de sectie "Wie maakt de RI&E?" voor de uitleg.