Een hond bijt een kind op het schoolplein. Een bezorger loopt verwondingen op bij een woning. Twee honden gaan los op straat en een omstander raakt gewond bij het scheiden. In al deze gevallen landt de vraag vroeg of laat bij de gemeente: wat gaan jullie hieraan doen? Dat is geen retorische vraag. Gemeenten hebben op dit terrein echte bevoegdheden, concrete verantwoordelijkheden en, als ze niet handelen terwijl dat wel van hen verwacht mag worden, ook een aansprakelijkheidsrisico.
Dit blog legt uit wat de gemeentelijke rol is bij bijtincidenten, welke instrumenten beschikbaar zijn, wat de ernst van een incident bepaalt en hoe je als gemeente samenwerkt met politie en andere partijen. Met een checklist voor gemeenten die hun aanpak willen structureren.
Wat is de wettelijke grondslag voor gemeentelijk optreden?
De gemeente heeft geen wettelijke taak in de zin van een uitvoerende bevoegdheid op dierenwelzijn bij bijtincidenten. Die ligt bij de LID en de NVWA. Maar de gemeente heeft via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) wel degelijk een stevige bestuursrechtelijke bevoegdheid als het gaat om gevaarlijke of hinderlijke honden.
Artikel 2:59 van de model-APV (VNG) geeft de burgemeester de bevoegdheid om aan de eigenaar of houder van een gevaarlijke of hinderlijke hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod op te leggen. Dit is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar en beroep openstaan. Gemeenten hebben ook de bevoegdheid om bij ernstige situaties over te gaan tot spoedeisende bestuursdwang, waaronder inbeslagname van de hond, op basis van artikel 172 Gemeentewet.
Naast het bestuursrechtelijke spoor loopt er vaak parallel een civielrechtelijk traject (aansprakelijkheidsstelling door het slachtoffer bij de eigenaar) en soms een strafrechtelijk traject via het OM. De gemeente coördineert niet al deze trajecten, maar is wel de partij die het bestuursrechtelijke spoor verzorgt en daarin een signaalfunctie vervult.
Drie soorten aansprakelijkheid in beeld
Aansprakelijkheid van de eigenaar. De eigenaar van een hond is op grond van artikel 6:179 BW risico-aansprakelijk voor schade die de hond veroorzaakt. Dit geldt ongeacht of de eigenaar schuld heeft. Het slachtoffer kan de eigenaar aanspreken voor materiële en immateriële schade.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid. Als een eigenaar wist of had moeten weten dat zijn hond gevaarlijk was, en niets heeft gedaan om incidenten te voorkomen, kan er sprake zijn van schuld in strafrechtelijke zin. De politie kan aangifte opnemen en de zaak overdragen aan het OM.
Bestuurlijke aansprakelijkheid van de gemeente. Dit is het meest onderbelichte risico. Als een gemeente na een eerste bijtincident geen actie heeft ondernomen, geen waarschuwingsbrief heeft verstuurd, geen registratie heeft bijgehouden en vervolgens bij een volgend ernstig incident wordt aangesproken op het uitblijven van bestuurlijk optreden, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade die voorkomen had kunnen worden. Dit is geen theoretisch risico: rechters toetsen of een bestuursorgaan heeft gehandeld conform zijn eigen beleid en of er sprake is van onrechtmatig nalaten.
De ernst van een bijtincident: wat bepaalt de categorie?
Niet elk bijtincident vraagt om dezelfde reactie. De meeste gemeenten hanteren een categorisering die loopt van hinderlijk gedrag tot een zeer ernstig bijtincident. De indeling bepaalt welke stappen worden gezet.
| Categorie | Omschrijving | Aanpak gemeente |
| Hinderlijk gedrag | Dreigen, grommen, uitvallen zonder beet. Geen letsel. | Signaal naar eigenaar. Waarschuwingsbrief. Advies gedragstraining. |
| Licht bijtincident | Beet met gering letsel: oppervlakkige wond, schaafwond. | Formele waarschuwingsbrief. Aanlijngebod mogelijk. Bij herhaling: zwaarder traject. |
| Ernstig bijtincident | Diepe wond, meerdere beten, bijtincident bij kind of kwetsbaar persoon, ziekenhuisbehandeling. | Direct bestuursrechtelijk traject. Aanlijn- en muilkorfgebod. Gedragstest op kosten eigenaar. |
| Zeer ernstig bijtincident | Levensbedreigend letsel, dodelijke afloop, herhaalde aanval ondanks eerder gebod. | Spoedeisende bestuursdwang. Inbeslagname hond mogelijk. Melding OM voor strafrechtelijk traject. |
Let op: de ernst wordt niet alleen bepaald door het letsel. Ook de context telt mee. Een beet waarbij een kind wordt gebeten wordt zwaarder gewogen dan dezelfde beet bij een volwassene. Een hond die een andere hond bijt terwijl die al loszit, wordt anders beoordeeld dan een hond die een voorbijganger aanvalt zonder aanleiding. En een eigenaar die al eerder gewaarschuwd is, staat bij een volgend incident in een verzwaarder traject.
Het stappenplan: van melding tot maatregel
Een goed functionerende gemeente heeft het bijtincidendentraject geborgd in beleidsregels. Hier is het gangbare stappenplan dat veel gemeenten hanteren:
- Stap 1: Ontvangst melding. Meldingen komen binnen via 14+netnummer, KCC of rechtstreeks vanuit de politie. Gemeente zorgt dat meldingen volledig worden geregistreerd en zo nodig worden doorgestuurd naar de politie voor aangifte.
- Stap 2: Beoordeling en kwalificatie. Op basis van de melding en politierapportage beoordeelt de gemeente de ernst van het incident en bepaalt de categorie. Hierbij wordt samengewerkt met de hondenbrigade van de politie.
- Stap 3a: Waarschuwing (licht incident). Na een eerste licht bijtincident ontvangt de eigenaar een waarschuwingsbrief. Hierin staat dat herhaling tot een aanlijn- of muilkorfgebod leidt. Dit is geen besluit in de zin van de Awb, bezwaar staat er niet tegen open.
- Stap 3b: Voornemen tot maatregel (ernstig incident of herhaling). Bij een ernstig incident of een tweede licht incident volgt een voornemen tot het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod. De eigenaar krijgt 10 dagen voor een zienswijze.
- Stap 4: Zienswijze eigenaar. De eigenaar kan reageren, onderbouwing aanleveren of op eigen kosten een gedragstest (risico-assessment) laten uitvoeren door een gecertificeerde instantie.
- Stap 5: Besluit. De burgemeester neemt een besluit tot het opleggen van een aanlijngebod en/of muilkorfgebod. Dit besluit wordt opgelegd voor onbepaalde tijd of voor minimaal twee jaar, afhankelijk van gemeentelijk beleid. Aan het besluit wordt een dwangsom gekoppeld bij overtreding.
- Stap 6: Handhaving. Bij overtreding van het gebod kan een strafbeschikking worden uitgeschreven door politie of BOA. Bij hardnekkige niet-naleving kan de burgemeester overgaan tot bestuursdwang en inbeslagname van de hond.
Het knelpunt: het gebod geldt alleen in de eigen gemeente
Hier zit een structurele zwakte in het huidige stelsel die elke gemeente moet kennen. Een aanlijn- en muilkorfgebod dat door de burgemeester wordt opgelegd op grond van de APV, geldt alleen op het grondgebied van die gemeente. Buiten de gemeentegrens heeft het gebod geen rechtskracht.
Dat betekent in de praktijk: een eigenaar van een als gevaarlijk aangemerkte hond kan met die hond in een naburige gemeente gewoon loslopen, zonder muilkorf, zonder aanlijn. Dat is juridisch toegestaan zolang er geen landelijke regelgeving bestaat. De hond die in gemeente A een kind heeft gebeten en een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd gekregen, mag in gemeente B vrij rondlopen.
Dit knelpunt is erkend door het ministerie van LVVN. In het kader van de landelijke aanpak van bijtincidenten werkt het kabinet aan een wetswijziging die een landelijk geldende aanlijn- en muilkorfplicht mogelijk moet maken voor honden met gevaarlijk gedrag. Dat vergt minimaal twee jaar wetgevingstraject. Zolang dat er niet is, is de gemeente afhankelijk van haar eigen APV en het vertrouwen dat andere gemeenten dezelfde hond ook in beeld hebben.
Wat je als gemeente wel kunt doen: zorg voor een goede registratie van opgelegde maatregelen, deel die informatie bij ernstige gevallen met omliggende gemeenten, en wijs de eigenaar expliciet op de reikwijdte van het gebod zodat er geen misverstand over bestaat.
Het Landelijk Meldpunt Hondenbeten: nieuw per januari 2026
Op 13 januari 2026 heeft het ministerie van LVVN het Landelijk Meldpunt Hondenbeten gelanceerd. Iedereen die te maken heeft met een bijtincident of agressief gedrag van een hond, kan dit melden via het meldformulier op rijksoverheid.nl. Dit geldt voor slachtoffers, eerstehulpverleners, huisartsen, dierenartsen, eigenaren en omstanders.
Het doel van het meldpunt is uitsluitend registratie en inzichtvorming. Het is geen spoedlijn en het meldpunt leidt niet tot directe actie. Voor aangifte of lokale handhaving moeten betrokkenen zich wenden tot de politie respectievelijk de gemeente. Het meldpunt is dus een aanvulling op, geen vervanging van het lokale traject.
Link naar het Landelijk meldpunt bijtincidenten: Bijtincident hond melden | Dierenwelzijn | Rijksoverheid.nl
Wat dit betekent voor gemeenten: de komst van het meldpunt vergroot de maatschappelijke druk om bijtincidenten serieus te nemen en goed te registreren. Naarmate er meer landelijke data beschikbaar komen, zal ook de vergelijkbaarheid tussen gemeenten toenemen. Gemeenten die geen beleid hebben, geen beleidsregels hebben vastgesteld en geen registratie bijhouden, worden kwetsbaarder.
Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd aanvullende maatregelen: een verplicht afstammingsbewijs voor honden met bepaalde kenmerken (verwacht 2027-2028), een verplichte theorieopleiding voor toekomstige hondeneigenaren en een landelijk geldende aanlijn- en muilkorfplicht voor honden met gevaarlijk gedrag. Die laatste maatregel vergt een wetswijziging en heeft een doorlooptijd van minimaal twee jaar.
Samenwerking: wie doet wat?
Politie (hondenbrigade). Neemt aangifte of melding op, doet onderzoek, stelt een bestuurlijke rapportage op en adviseert de gemeente over te nemen maatregelen. Bij een ernstig bijtincident is de hondenbrigade de eerste professionele schakel.
Gemeente (burgemeester). Is bevoegd gezag voor het opleggen van het aanlijn- en muilkorfgebod op grond van de APV. Ontvangt de bestuurlijke rapportage van de politie, voert het bestuursrechtelijk traject uit en handhaaft. Ook verantwoordelijk voor communicatie richting eigenaar en slachtoffer.
LID (Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn). Treedt op bij dierenwelzijnsovertredingen. Als een hond na inbeslagname niet kan worden teruggeplaatst en er geen geschikte opvang is, of als er bij de eigenaar ook andere dierenwelzijnsproblemen spelen, is de LID de aangewezen partij.
NVWA. Bij een strafrechtelijk traject en bij honden die onder de Wet dieren vallen. Ook bij uitbraken van zoönosen waarbij honden betrokken zijn.
Dierenopvang en -asiel. Bij inbeslagname van een hond heeft de gemeente een opvangplek nodig. Goede afspraken met de lokale dierenopvang over noodopvang zijn essentieel. Zorg dat die afspraken er zijn vóórdat je ze nodig hebt.
Twee praktijkvoorbeelden
Voorbeeld 1: hond bijt kind op straat. Een hond bijt een zevenjarig kind in het gezicht. Het kind wordt naar het ziekenhuis gebracht. De politie neemt aangifte op en stuurt een bestuurlijke rapportage naar de gemeente. Dit is een ernstig bijtincident vanwege de leeftijd van het slachtoffer en de aard van de verwonding. De burgemeester leidt een bestuursrechtelijk traject in, stuurt een voornemen tot aanlijn- en muilkorfgebod en laat een gedragstest uitvoeren. Bij het besluit wordt een dwangsom opgenomen. De eigenaar maakt bezwaar maar dat wordt ongegrond verklaard. Het gebod gaat in. Twee maanden later wordt de hond gesignaleerd zonder muilkorf in een andere gemeente. De boete aldaar volgt niet automatisch: de andere gemeente weet niet dat er een gebod is opgelegd.
Voorbeeld 2: gemeente doet niets na eerste melding. Een hond bijt een buurvrouw licht in de arm. De melding komt bij de gemeente binnen maar er wordt geen waarschuwingsbrief verstuurd, de politie is niet ingeschakeld en er is geen dossier aangelegd. Drie maanden later bijt dezelfde hond een pakketbezorger ernstig. De bezorger stelt zowel de eigenaar als de gemeente aansprakelijk. De gemeente wordt verweten dat zij na de eerste melding had kunnen en moeten handelen en dat het nalaten van actie heeft bijgedragen aan het tweede incident. Dit is een aansprakelijkheidsrisico dat vermijdbaar was geweest met een goede registratie en een waarschuwingsbrief.
Checklist bijtincidenten voor gemeenten
- Heeft de gemeente beleidsregels bijtincidenten vastgesteld en bekendgemaakt?
- Is er een intern routeringsprotocol: wie ontvangt meldingen en wie pakt ze op?
- Zijn afspraken gemaakt met de politie (hondenbrigade) over rapportage en samenwerking?
- Worden alle meldingen geregistreerd, ook als er geen direct optreden volgt?
- Wordt bij elk licht bijtincident een formele waarschuwingsbrief verstuurd?
- Is duidelijk vastgelegd wat de categorisering is (licht / ernstig / zeer ernstig)?
- Weet de gemeente bij wie een gedragstest kan worden aangevraagd en wat de kosten zijn?
- Zijn afspraken gemaakt met de lokale dierenopvang over noodopvang bij inbeslagname?
- Weten BOA's en medewerkers KCC hoe te handelen bij een melding van een bijtincident?
- Worden eigenaren gewezen op de beperkte reikwijdte van het aanlijn- en muilkorfgebod (alleen eigen gemeente)?
- Is de gemeente op de hoogte van het Landelijk Meldpunt Hondenbeten en verwijst zij daarnaar?
- Is in het gemeentelijk beleid rekening gehouden met de aankomende landelijke wetgeving?

