Home » Thema's » Wetgeving, beleid & handhaving » Hondenbelasting: afschaffen of niet?  

Hondenbelasting: afschaffen of niet?  

In 2026 heft nog geen 30 procent van de Nederlandse gemeenten hondenbelasting. Waar dat in 2010 nog 72 procent was, is de belasting sindsdien gestaag verdwenen uit de gemeentelijke begroting. Toch is de vraag of afschaffen altijd verstandig is niet zo eenvoudig te beantwoorden als het lijkt. Want met de belasting verdwijnen ook inkomsten, en de kosten van hondenbeleid blijven. 

Dit blog helpt je als raadslid of wethouder om de juiste vragen te stellen. Want de keuze om hondenbelasting te heffen of af te schaffen is bij uitstek een politieke keuze, met financiële en beleidsmatige gevolgen die je vooraf goed moet doordenken. 

Wat is hondenbelasting eigenlijk? 

Hondenbelasting is een gemeentelijke heffing op het houden van honden. De bevoegdheid daartoe is geregeld in artikel 226 van de Gemeentewet. Gemeenten zijn niet verplicht om de belasting te heffen, maar mogen dat wel. Ze bepalen zelf het tarief en de vrijstellingen. 

De belasting is een van de oudste gemeentelijke heffingen van Nederland, al teruggaand tot de vijftiende eeuw. Oorspronkelijk diende ze om hondsdolheid te bestrijden en de overlast van zwerfhonden in te dammen. Die doelen zijn allang achterhaald. Hondsdolheid komt in Nederland vrijwel niet meer voor, en zwerfhonden worden via andere instrumenten aangepakt. De hondenbelasting is blijven bestaan als algemene inkomstenbron voor gemeenten. 

Hoe worden de opbrengsten gebruikt? 

Hier ligt een van de grootste spanningspunten. De naam hondenbelasting suggereert dat de opbrengst wordt gebruikt voor hondenbeleid: losloopgebieden, poepbakken, handhaving. In de praktijk is dat zelden zo. De opbrengsten vloeien in de meeste gemeenten rechtstreeks in de algemene middelen, zonder directe koppeling aan hondenbeleid. 

Dat leidt tot herkenbare reacties bij hondenbezitters: “als ik belasting betaal voor mijn hond, mag ik toch verwachten dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt voor voorzieningen en handhaving?”. Die redenering is begrijpelijk, maar juridisch onjuist. De hondenbelasting is geen bestemmingsheffing. De gemeente is niet verplicht om de opbrengst terug te laten vloeien naar hondenbeleid. 

Gemeenten die echter hondenbelasting heffen zonder zichtbaar te investeren in hondenbeleid, kunnen rekenen op kritiek van hondenbezitters. En terecht: als de gemeente geld ontvangt voor iets, ligt de verwachting van tegenprestatie voor de hand, ook al is die juridisch niet afdwingbaar.

Wat zeggen hondenbezitters? 

"Ik betaal al jaren hondenbelasting maar er zijn nauwelijks losloopgebieden in mijn wijk." 

"Als ze de belasting afschaffen, hopen ze dat we onze mond houden over het gebrek aan voorzieningen." 

"Ik heb geen probleem met de belasting, als ik maar zie dat er iets mee gedaan wordt." 

Wat kost het innen van de belasting? 

Een argument dat bij de besluitvorming over afschaffing regelmatig opduikt, is de verhouding tussen opbrengst en uitvoeringskosten. Het innen van hondenbelasting vraagt om een registratiesysteem, controle op naleving, handhaving op niet-aangemelde honden en administratieve verwerking van bezwaren. 

Gemeenten die de kosten van de uitvoering hebben doorgerekend, constateren soms dat de netto-opbrengst na aftrek van uitvoeringskosten aanzienlijk lager is dan de bruto-opbrengst suggereert. Voor kleinere gemeenten met relatief weinig hondenbezitters kan de hondenbelasting zelfs een negatief rendement opleveren. 

Daar komt bij dat handhaving op niet-aangemelde honden arbeidsintensief is. De gemeente is afhankelijk van meldingen van inwoners of van actieve controle door handhavers. Zonder handhaving groeit het aantal hondenbezitters dat zich niet registreert, wat de opbrengst verder uitholt. 

De dalende trend: cijfers 

De trend is duidelijk. In 2010 hieven nog 72 procent van de Nederlandse gemeenten hondenbelasting. In 2026 is dat gedaald naar minder dan 30 procent: 102 van de 342 gemeenten. De totale opbrengst van de hondenbelasting daalde tussen 2017 en 2024 van 60 miljoen naar 30 miljoen euro, een halvering in zeven jaar. Bovendien hebben meerdere gemeenten al aangekondigd de belasting in 2026 of 2027 af te schaffen. 

Opvallend is dat er ook een tegenbeweging is. Gemeente Wijk bij Duurstede heeft de hondenbelasting opnieuw ingevoerd in 2026 na een afwezigheid van vier jaar, vanwege budgettaire druk. En gemeente Teylingen heeft de belasting opgenomen in de voorlopige begroting van 2027. De financiële druk op gemeenten maakt dat ook afgeschafte belastingen soms terugkomen. Dit ook doordat de kosten voor faciliteiten voor honden(eigenaren) oplopen (aanleg en onderhoud hondenlosloopvelden, prullenbakken met zakjes, bebording, etc.).   

Actuele tarieven en overzichten zijn te vinden via www.huisdierenverzekeringen.nl/info/hondenbelasting en www.binnenlandsbestuur.nl. 

Geografische verschillen 

De afschaffing van de hondenbelasting is niet gelijkmatig verdeeld over Nederland. In het noorden van het land zijn vrijwel geen gemeenten meer die hondenbelasting heffen: in Groningen en Drenthe heft geen enkele gemeente de belasting meer. In stedelijke gemeenten en in het zuiden en westen van het land is de belasting vaker nog aanwezig. 

De tarieven lopen ook sterk uiteen. In 2026 betaalt een hondenbezitter in Katwijk 142 euro per hond per jaar, terwijl in andere gemeenten tarieven van onder de 30 euro gelden. Die verschillen zijn moeilijk te rechtvaardigen op inhoudelijke gronden en voeden de discussie over de houdbaarheid van de belasting. 

De bestuurlijke keuze: drie scenario's 

Als de hondenbelasting op de agenda komt, liggen er drie scenario's voor: 

Scenario 1: afschaffen. 

Afschaffen is politiek populair bij hondenbezitters en neemt een bron van frustratie weg. Maar het levert ook minder inkomsten op. Die inkomsten moeten elders worden gevonden, of het hondenbeleid moet worden versoberd. Afschaffen zonder nadenken over de financiële consequenties leidt tot discussies over wie de kosten van losloopgebieden, poepbakken en handhaving dan wel betaalt. 

Scenario 2: heffen en doorstorten in algemene middelen. 

De huidige situatie in veel gemeenten. Politiek kwetsbaar, omdat hondenbezitters de koppeling leggen tussen betalen en tegenprestatie die er formeel niet is. Vraagt om actieve communicatie over wat de gemeente doet met de opbrengst en wat de kosten van hondenbeleid zijn. 

Scenario 3: heffen en oormerken voor hondenbeleid 

Een derde weg: de belasting behouden, maar de opbrengst expliciet inzetten voor hondenbeleid. Losloopgebieden, poepbakken, handhaving, communicatie. Dit geeft de belasting een inhoudelijke rechtvaardiging en vermindert de weerstand bij hondenbezitters. Het vraagt wel om transparantie: de gemeente moet kunnen laten zien dat de besteding in verhouding staat tot de opbrengst. 

Praktische tip 

Wil je als gemeente de hondenbelasting behouden, zorg dan dat je als raad kunt uitleggen waar het geld naartoe gaat. Niet als juridische verplichting, maar als politieke verantwoording. Een gemeente die 75 euro per hond per jaar int en tegelijkertijd bezuinigt op losloopgebieden en handhaving, heeft een communicatie-uitdaging. 

Wat kun je als raadslid of wethouder doen? 

Stel jezelf de volgende vragen als de hondenbelasting op de agenda staat: 

  • Wat is de bruto-opbrengst van de hondenbelasting, en wat zijn de uitvoeringskosten? 
  • Wordt de opbrengst nu doorgestort in de algemene middelen, en zo ja, wat is de onderbouwing daarvan? 
  • Wat zijn de kosten van het huidige hondenbeleid, en hoe verhouden die zich tot de opbrengst? 
  • Als we afschaffen, waarmee compenseren we dan de wegvallende inkomsten? 
  • Als we blijven heffen, kunnen we dan uitleggen aan hondenbezitters wat er met het geld gebeurt? 
  • Is er draagvlak in de raad voor oormerken van de opbrengst voor hondenbeleid? 

De hondenbelasting is geen groot bedrag voor de meeste gemeenten. Maar de discussie erover raakt aan vertrouwen, rechtvaardigheid en de vraag wat inwoners mogen verwachten van hun gemeente. Dat maakt het een politiek onderwerp dat om een bewuste keuze vraagt, niet om een automatisch verlengde belastingverordening. 

 

Bronnen: