Home » Thema's » Landbouw- en hobbydieren » Hobbydieren en de gemeente 

Hobbydieren en de gemeente 

Geitjes in de achtertuin, een pony in de modder, lama's die geknuffeld worden: hobbydieren en de gemeente 

De gemeente krijgt de melding via het wijkteam, de groenafdeling of gewoon via 14+netnummer: iemand houdt dieren in de achtertuin en de buren klagen. Of de dieren staan er slecht bij. Of er wordt gevraagd of het eigenlijk wel mag. Hobbydieren horen bij het Nederlandse landschap, maar ze vallen in een grijs gebied als het gaat om regelgeving, handhaving en verantwoordelijkheid. Wie doet wat? En wat doe je als gemeente als je er toch bij betrokken raakt? 

Wat zijn hobbydieren? 

Hobbydieren zijn dieren die iemand houdt voor eigen plezier, zonder commercieel oogmerk. Denk aan een paar geiten in de achtertuin, een pony op een stukje land, een koppel schapen als grasmaaiertje, of een koppel lama's als knuffelattractie voor de kinderen. Ze vallen niet onder de definitie van landbouwhuisdier, want die is voorbehouden aan dieren die worden gehouden voor productie van vlees, melk, eieren, wol of pels. 

In de praktijk is de grens niet altijd scherp. Een geit die ook melk geeft, een pony die meeloopt in paardrijlessen, een koppel schapen waarvan de wol af en toe verkocht wordt: het maakt het onderscheid hobbymatig versus bedrijfsmatig al snel diffuus. Per situatie moet worden beoordeeld wat van toepassing is, en de gemeente speelt daarin een rol. 

Voorbeelden van veel voorkomende hobbydieren in de bebouwde en semi-bebouwde omgeving: geiten, schapen, pony's en paarden, lama's en alpaca's, varkens (in kleine aantallen), kippen, hanen en ander pluimvee, konijnen en duiven (in grotere aantallen), en eenden of ganzen bij een vijver. 

Welke regels gelden er? 

Hobbydieren vallen onder meerdere wettelijke kaders tegelijk, en dat maakt het complex. Hieronder de belangrijkste. 

De Wet dieren is de basis voor dierenwelzijn in Nederland. Eigenaren zijn verplicht om hun dieren de nodige verzorging te bieden: voldoende voedsel, water, bewegingsruimte en beschutting. Dit geldt ook voor hobbydieren. Verwaarlozing of mishandeling is strafbaar. 

Het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) bepaalt wat er op een perceel mag. Wonen is niet automatisch ook het houden van grote dieren. In woonwijken is het houden van geiten, schapen of pony's lang niet altijd toegestaan, en de rechter heeft al meerdere malen geoordeeld dat het houden van grotere aantallen dieren in strijd kan zijn met een woonbestemming. Gemeenten leggen dit vast in het omgevingsplan, maar de regels verschillen sterk per gemeente. 

De Omgevingswet is sinds 2024 van kracht en heeft het stelsel van ruimtelijke ordening en milieuregelgeving ingrijpend veranderd. Gemeenten werken nu met een omgevingsplan in plaats van afzonderlijke bestemmingsplannen. Regels over geur, geluid en mestopslag bij hobbymatig houden van dieren bij wonen vallen onder de bruidsschat: tijdelijke rijksregels die de gemeente zelf moet omzetten. Het is aan gemeenten om deze regels actueel en helder te houden. 

De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan aanvullende regels bevatten over het houden van dieren in de bebouwde omgeving, zoals regels over overlast, stank of geluidsoverlast van hanen. Niet alle gemeenten hebben dit uitgewerkt. 

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vereist registratie van bepaalde hobbydieren. Wie geiten, schapen of pluimvee houdt, moet dit melden bij RVO. Paarden en pony's moeten worden aangemeld op een verblijfplaats. Dit geldt ook bij hobbymatig houden. Het doel is traceerbaarheid bij uitbraken van dierziekten, zoals mond-en-klauwzeer. 

Wie handhaaft wat? 

Hier ligt voor veel gemeenten een pijnpunt: de handhaving van hobbydieren is versnipperd over meerdere partijen, en gemeenten staan aan de voorkant van de meldingen. 

De gemeente handhaaft op ruimtelijke ordening (omgevingsplan), overlast (APV) en bouwen (illegale stallen of schuilgelegenheden). Dierenwelzijn zelf is geen gemeentelijke bevoegdheid, maar als een gemeente een melding krijgt van verwaarloosde dieren, kan ze niet zeggen: 'Dat is niet ons probleem.' De gemeente is de schakel die doorverwijst en samenwerkt. 

De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) is de handhavende instantie voor dierenwelzijn bij gehouden dieren, inclusief hobbydieren. Bij signalen van verwaarlozing, mishandeling of onvoldoende verzorging kan de LID optreden: waarschuwen, een last opleggen, dieren in bewaring nemen of overdragen aan de NVWA voor strafrechtelijk optreden. De LID is te bereiken via 144. 

De NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) treedt op bij overtredingen van de Wet dieren, bij zoönosen (ziekten die overdraagbaar zijn van dier op mens) en bij niet-naleving van de identificatie- en registratieplicht. Bij een dierziekte-uitbraak neemt de NVWA de regie. 

Dierenambulance 144 is het landelijke alarmnummer voor dieren in nood. Bij een melding van een dier in acute nood, gewond of vastgelopen, schakelt 144 de dichtstbijzijnde dierenambulance in. De dierenambulance handelt niet op het gebied van dierenwelzijn in de zin van verwaarlozing, maar kan wel de eerste schakel zijn die doorverwijst naar LID. 

Praktijkvoorbeelden: wat kan er mis gaan? 

Geitjes in de achtertuin in de bebouwde kom. Een gezin houdt twee geiten in een woonwijk. De buren klagen over stankoverlast en geluidsoverlast. De gemeente krijgt de melding. Vraag: mag het? Check het omgevingsplan. Is er geen uitzondering of ontheffing, dan kan de gemeente handhaven op strijd met de woonbestemming. Maar let op: de dierenwelzijnstoets (heeft het dier het goed?) is aan de LID, niet aan de gemeente. 

Een pony in de modder. Iemand houdt een pony op een stuk land aan de rand van het dorp. De pony staat al weken tot zijn knieën in de modder, zonder schuilgelegenheid, met te weinig voer. Een buurman meldt het bij de gemeente. De gemeente heeft hier geen directe handhavingsbevoegdheid op het welzijn van de pony. Maar de gemeente kan en moet doorverwijzen naar 144 of de LID. Goede afspraken over wie wat doet bij dit soort meldingen voorkomen dat het dier te lang in een slechte situatie zit. 

Lama's knuffelen als activiteit. Iemand biedt op zijn erf lama-knuffelwandelingen aan voor groepen. Leuk concept, maar is dit hobbymatig of bedrijfsmatig? Zodra er geld mee verdiend wordt en er sprake is van enige bedrijfsmatigheid, verandert de juridische situatie. Het omgevingsplan moet dan ook een bedrijfsmatige activiteit toestaan. De gemeente is de partij die hierop toetst en zo nodig handhaaft. 

Geiten en gezondheidsrisico's voor buren. Dit is een onderwerp dat steeds urgenter wordt. Uit recent onderzoek blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen binnen een straal van 2 kilometer een verhoogd risico lopen op longontsteking. De Gezondheidsraad concludeerde in 2025 dat dit verband waarschijnlijk oorzakelijk is en riep overheden op het voorzorgsbeginsel toe te passen. Voor hobbymatig gehouden geiten in een woonwijk is dit risico kleiner dan bij grote commerciële geitenhouderijen, maar het is geen onderwerp dat gemeenten kunnen negeren. Negen provincies hebben inmiddels een bouwmoratorium voor geitenhouderijen ingesteld. Gemeenten kunnen op grond van de Omgevingswet uit voorzorg besluiten nieuwbouw, wijzigingen of uitbreidingen van geitenhouderijen niet toe te staan. 

De gemeente wordt er toch bij betrokken: wat doe je dan? 

Zelfs als de gemeente formeel niet bevoegd is, wordt ze gebeld. Dat is een gegeven. Een melding over dieren die er slecht bijstaan, een klacht over stank van een geitenwei in de woonwijk, een omwonende die vraagt of het eigenlijk wel mag: dit komt bij de gemeente terecht. De vraag is niet óf je er iets mee doet, maar hoe. 

Praktische adviezen voor gemeenten die dit goed willen organiseren: 

  • Leg vast wie de eerste ontvanger is. Komt de melding bij het KCC, de BOA, de groenafdeling of de omgevingsdienst? Zorg voor een helder intern routeringsprotocol. 
  • Maak afspraken met 144 en de LID. Wie neemt contact op bij welke situatie? Zorg dat de contactgegevens bekend zijn bij medewerkers die dit soort meldingen ontvangen. 
  • Neem hobbydieren op in het omgevingsplan. Maak duidelijk in welke bestemmingen het houden van hobbydieren is toegestaan, en onder welke voorwaarden. Voorkom juridische grijze gebieden. 
  • Stel beleidsregels op voor het hobbymatig houden van dieren. Sommige gemeenten hebben dit al uitgewerkt, met regels over aantallen dieren, schuilgelegenheid, mestopslag en geluid. Dat maakt handhaving een stuk eenvoudiger. 
  • Informeer inwoners actief. Publiceer op de gemeentewebsite wat de regels zijn voor het houden van hobbydieren: registratieplicht bij RVO, wat mag in welke bestemming, wat te doen bij zorgen over dierenwelzijn. 
  • Betrek de omgevingsdienst. Bij complexere situaties, zoals grotere aantallen dieren of overlastmeldingen met een milieudimensie, is de omgevingsdienst de aangewezen partner. 

Een woord over de geitenproblematiek 

De discussie over geitenhouderijen en gezondheidsrisico's is in volle gang. De Gezondheidsraad adviseerde in 2025 op basis van twee deeladviezen dat omwonenden van geitenhouderijen binnen 1 kilometer aanzienlijk meer kans hebben op een longontsteking. Het RIVM berekende dat dit jaarlijks naar schatting 1.200 tot 6.600 extra longontstekingen oplevert onder de circa 1,5 miljoen mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen. 

Voor gemeenten is de boodschap helder: dit is niet alleen een probleem van de provincies of het Rijk. Gemeenten zijn bevoegd gezag voor ruimtelijke ordening en kunnen uit voorzorg besluiten nieuwe geitenhouderijen of uitbreidingen niet toe te staan. Negen provincies hebben al een bouwmoratorium ingesteld. Een kabinetsreactie op de adviezen van de Gezondheidsraad wordt verwacht in het voorjaar van 2026. 

Voor hobbymatig gehouden geiten in een achtertuin is het risico aanmerkelijk kleiner dan bij grote commerciële stallen. Maar als gemeente is het verstandig ook bij hobbymatige situaties te kijken naar de locatie, het aantal dieren en de nabijheid van kwetsbare inwoners, en dit mee te wegen in het omgevingsplan. 

Checklist hobbydieren en gemeente 

  • Zijn de regels voor hobbydieren opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente? 
  • Is er een intern protocol voor de afhandeling van meldingen over hobbydieren? 
  • Zijn de contactgegevens van 144, LID en NVWA bekend bij medewerkers KCC en toezicht? 
  • Is er een samenwerkingsafspraak met de omgevingsdienst over hobbydieren? 
  • Worden inwoners geïnformeerd over de registratieplicht bij RVO voor geiten, schapen en paarden? 
  • Is er beleid (of is dat in voorbereiding) over geitenhouderijen en gezondheidsrisico's in het kader van de Omgevingswet? 
  • Zijn beleidsregels voor het hobbymatig houden van dieren actueel en vindbaar voor inwoners? 
  • Weet de gemeente wat de grens is tussen hobbymatig en bedrijfsmatig houden, en hoe dat gehandhaafd wordt?