Ontheffingen en vergunningen voor wildopvang
Je bent bestuurslid van een wildopvang. Druk genoeg met vrijwilligers, financiën, dierenwelzijn en de gemeente. En dan is er ook nog zoiets als een vergunning of ontheffing. Of eigenlijk twee. Sommige wildopvangen hebben er zelfs drie. Maar wat is het precies, wanneer heb je er een nodig, en wat is jouw rol als bestuurslid? Dit artikel legt het stap voor stap uit.
Wat is een ontheffing eigenlijk?
Een wildopvang vangt beschermde dieren op. Vogels, egels, reeën, vleermuizen, misschien zelfs zeehonden of uitheemse diersoorten. Die bescherming is geen bijzaak: het gaat om wettelijk geregelde diersoorten, en zonder toestemming mag je ze simpelweg niet houden.
Die toestemming heet een ontheffing, of tegenwoordig een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Voor sommige diersoorten kom je ook een maatwerkvoorschrift tegen. De termen verschillen, maar de kern is hetzelfde: jij mag van de overheid beschermde dieren opvangen, mits je aan bepaalde voorwaarden voldoet.
Er zijn twee wetgevende kaders tegelijkertijd van toepassing.
De Omgevingswet regelt de bescherming van soorten in de natuur. Zodra je beschermde inheemse dieren opvangt, heb je een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Die vraag je aan bij de provincie. Vroeger heette dit een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, maar die wet bestaat sinds 1 januari 2024 niet meer. De bescherming is nu opgenomen in de Omgevingswet.
De Wet dieren regelt het houden van dieren in het algemeen. Zodra een wild dier in jouw opvang binnenkomt, is het juridisch gezien een ‘gehouden dier’. Voor diersoorten die niet op de zogeheten huis- en hobbydierenlijst staan, heb je een afzonderlijke ontheffing nodig van het Rijk, via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Veel wilde dieren staan niet op die lijst, waaronder reeën, vleermuizen, roofvogels en vrijwel alle vogelsoorten.
Kortom: voor de meeste wildopvangen gelden twee ontheffingen tegelijk, van twee verschillende overheidsinstanties.
Welke ontheffing heb jij nodig?
Dat hangt af van de diersoorten die jouw organisatie opvangt. Hieronder een overzicht.
- Inheemse beschermde diersoorten (vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën die van nature in Nederland voorkomen, zoals egels, reeën, merels, ooievaars en vleermuizen): omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit aanvragen bij de provincie via het Omgevingsloket.
- Gewone zeehonden en grijze zeehonden: ook bij de provincie via het Omgevingsloket.
- Zeezoogdieren (anders dan de twee genoemde zeehonden) zoals bruinvissen of dolfijnen: toestemming aanvragen bij RVO.
- Beschermde uitheemse diersoorten (dieren die niet van nature in Nederland voorkomen maar hier wel worden gehouden, zoals bepaalde papegaaiensoorten of slangen): ontheffing aanvragen bij RVO.
- Invasieve exoten (soorten waarvan gesteld worden dat die schadelijk zijn voor de Nederlandse natuur, zoals roodwangschildpadden of wasberen): ook bij RVO, met strenge aanvullende voorwaarden.
Veel wildopvangen hebben daarnaast ook een ontheffing nodig op grond van de Wet dieren. Hoe dat zit, lees je hieronder.
De Wet dieren-ontheffing: wanneer wel en wanneer niet?
De Wet dieren verbiedt het houden van zoogdieren die niet op de huis- en hobbydierenlijst staan. Neem de egel: die staat niet op die lijst en mag dus niet zomaar worden gehouden. Vangt jouw organisatie egels op? Dan heb je in principe een extra ontheffing nodig bij RVO, bovenop de omgevingsvergunning van de provincie.
Er is echter een belangrijke uitzondering: heb je al een geldige omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift dat de egel al dekt, dan heb je de Wet dieren-ontheffing voor die soort niet nodig. De omgevingsvergunning vervangt die dan.
Concreet: staat de egel op jouw omgevingsvergunning? Dan heb je geen aparte Wet dieren-ontheffing nodig voor de egel. Staat de egel er niet op, of heb je helemaal nog geen omgevingsvergunning? Dan heb je die ontheffing wel nodig.
Let ook op: deze verplichting geldt alleen voor zoogdieren. Voor vogels, reptielen en amfibieën bestaat de huis- en hobbydierenlijst nog niet. Voor die groepen is de Wet dieren-ontheffing dus niet aan de orde, maar de omgevingsvergunning van de provincie blijft verplicht als het om beschermde soorten gaat.
Twijfel je of jouw organisatie deze ontheffing nodig heeft? Neem dan contact op met RVO via rvowetdieren@rvo.nl
Wanneer heb je geen ontheffing nodig?
Niet elke dierenhulporganisatie heeft te maken met deze vergunningplicht.
Een dierenasiel vangt doorgaans gezelschapsdieren op: honden, katten, konijnen, cavia’s en andere dieren die op de huis- en hobbydierenlijst staan. Voor die diersoorten is geen ontheffing op grond van de Wet dieren nodig. Een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten is ook niet aan de orde, omdat het niet gaat om beschermde wilde diersoorten. Een dierenasiel heeft voor zijn kernactiviteit dus in de regel geen van beide ontheffingen nodig.
Let wel op twee uitzonderingen. Als een dierenasiel ook incidenteel wilde dieren opvangt, zoals een gevonden egel of een verwonde vogel, dan valt dat in principe wel onder de vergunningplicht. En als een dierenasiel uitheemse diersoorten opvangt die niet op de huis- en hobbydierenlijst staan, geldt ook een ontheffingsverplichting.
Een dierenambulance vervoert dieren en heeft daarmee geen opvangfunctie. Vervoer van een wild dier in nood naar een erkende wildopvang is wettelijk toegestaan op grond van de zorgplicht in artikel 2.1 lid 6 van de Wet dieren. Voor dat vervoer is geen opvangontheffing vereist.
Aandachtspunt: dierenambulances met een tijdelijke opvangfunctie
Steeds meer dierenambulances hebben een eigen locatie waar dieren tijdelijk worden ondergebracht: een nachthok, een wachtruimte, een tijdelijk verblijf totdat plaatsing in een erkende wildopvang mogelijk is. Dat klinkt praktisch, en dat is het ook. Maar juridisch gezien is dit een aandachtspunt.
De wet maakt geen onderscheid op basis van duur. ‘Opvangen’ is opvangen, of dat nu 2 uur is of 2 dagen. Zodra een dierenambulance structureel beschermde dieren op een vaste eigen locatie verblijf geeft, is er in de praktijk sprake van opvang in de zin van de wet. En dan is er in principe een omgevingsvergunning of ontheffing nodig, net als bij een reguliere wildopvang.
De zorgplicht dekt het vervoer en het eerste moment van hulpverlening. De zorgplicht dekt geen structurele tijdelijke opvang op een eigen vaste locatie.
Is dit herkenbaar voor jouw dierenambulance? Neem dan contact op met de provincie en vraag expliciet of jouw situatie vergunningplichtig is. Doe dit vóór er een handhavingssignaal komt, want dan sta je sterker.
Hoe vraag je een ontheffing aan?
Stap voor stap.
Stap 1: bepaal welke ontheffingen je nodig hebt. Maak een lijst van alle diersoorten die jouw organisatie opvangt of verwacht op te vangen. Kijk per soort in het Nederlands Soortenregister van Naturalis of de soort beschermd is. Stel vast of het inheemse of uitheemse soorten zijn, en of er sprake is van invasieve exoten.
Stap 2: vraag eHerkenning aan (niveau 2). Voor het indienen van een aanvraag via het Omgevingsloket heb je als organisatie eHerkenning nodig op minimaal niveau 2. Heb je dat nog niet? Regel dit ruim van tevoren, want het aanvragen kost tijd.
Stap 3: omgevingsvergunning voor inheemse soorten. Ga naar omgevingswet.overheid.nl en log in via Mijn Omgevingsloket. Dien de aanvraag in voor een flora- en fauna-activiteit. De provincie behandelt de aanvraag. Reken op een behandeltijd van 8 weken. Is de aanvraag onvolledig, dan wordt de termijn opgeschort. Meesturen: beschrijving van de opvanglocatie (plattegrond en foto’s), kopie van de statuten, overzicht van diersoorten, bewijs van vakbekwaamheid dierverzorger, en kopie eerdere vergunning als die er is.
Stap 4: ontheffing Wet dieren voor niet-aangewezen zoogdieren. Dien een aparte aanvraag in bij RVO via Mijn RVO. Kosten: € 100 per aanvraag als opvangcentrum. Je ontvangt het besluit na betaling van de leges.
Stap 5: bewaar alles op een vaste plek: Leg alle verleende vergunningen en ontheffingen op een vaste plek in de administratie, digitaal en fysiek. Noteer de einddatum prominent.
Wat zijn de voorwaarden?
Een vergunning of ontheffing krijg je niet zomaar. Je organisatie:
- is een stichting of vereniging;
- het doel van de opvang is tijdelijke opvang, verzorging en revalidatie van beschermde diersoorten, gericht op terugplaatsing in de natuur;
- er is een vakbekwaam dierverzorger betrokken;
- je houdt een register bij van alle dieren die je opvangt;
- de doelstelling in de statuten sluit aan bij de Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten;
- er vinden geen commerciële activiteiten plaats met de opgevangen dieren;
- dieren worden niet langer tentoongesteld dan zes dagen per jaar zonder dat daarvoor een aparte dierentuinvergunning nodig is.
Sinds 1 januari 2025 gelden de vernieuwde Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten. Dit nieuwe protocol is opgesteld in samenwerking met de Spreekbuis Wildopvang en Dierenambulances en sluit beter aan bij de praktijk van de wildopvang. Link: wetten.nl - Regeling - Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten - BWBR0037263
Veelvoorkomende antwoorden
Wildopvangen die voor het eerst een vergunning aanvragen of een verlening, lopen regelmatig tegen dezelfde hobbels aan.
Onze statuten zijn verouderd
De doelstelling in de statuten moet aansluiten bij de wettelijke eisen. Staat er iets over ‘het permanent herbergen van wilde dieren’ of ontbreekt de doelstelling van terugplaatsing in de natuur? Dan is een statutenwijziging nodig vóór je de aanvraag indient.
We weten niet precies welke soorten we opvangen
Houd een registratie bij van alle dieren die je hebt opgevangen in het afgelopen jaar. Dat geeft een goed beeld van de soorten en vormt de basis voor je aanvraag.
Onze dierverzorger is een vrijwilliger, telt dat?
Vakbekwaamheid is een wettelijke eis, maar de wet schrijft niet voor dat dit een betaalde kracht moet zijn. Leg dit vast: diploma’s, cursussen, werkervaring, referenties. Maar zorg ook voor een 2e medewerker (vast of vrijwillig) zodat bij uitval/vertrek de opvang nog aan de vereisten voldoet.
We kregen een brief dat de aanvraag onvolledig is
Dat is vervelend maar geen ramp. De behandeltermijn wordt opgeschort. Stuur de gevraagde aanvulling zo snel mogelijk in.
We ontvingen een ontheffing onder de Wet natuurbescherming
Die blijft geldig tot de einddatum (overgangsrecht). Bij verlenging vraag je een nieuwe omgevingsvergunning aan onder de Omgevingswet.
Handhaving: wie controleert en wat zijn de gevolgen?
Vergunningen bestaan niet alleen op papier. Er wordt op gecontroleerd.
Wie houdt toezicht?
De handhaving van de omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten ligt bij de provincie. Die heeft de vergunning verleend en is daarmee ook het bevoegde gezag voor toezicht en handhaving. In de praktijk kan de provincie dit uitvoeren via een omgevingsdienst.
Naast de provincie zijn ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en RVO betrokken bij toezicht op wildopvangen, met name op naleving van de Wet dieren. Dat betekent dat er bij een controle niet alleen naar de vergunning zelf wordt gekeken, maar ook naar de administratie, de huisvesting en de werkwijze. Tot op detailniveau.
De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) houdt toezicht op dierenwelzijn in brede zin, ook bij opvangorganisaties.
Wat controleren ze?
Bij een controle kijkt de toezichthouder naar: de aanwezigheid en geldigheid van de vergunningen en ontheffingen, de dierenregistratie (logboek), de kwaliteit van de huisvesting en verblijven, de betrokkenheid van een vakbekwaam dierverzorger, en de overeenstemming tussen de feitelijke activiteiten en de vergunning. Als de vergunning zegt dat je bepaalde diersoorten mag opvangen, en je vangt soorten op die er niet op staan, dan is dat een overtreding.
Bewaar de vergunning toegankelijk
Een praktisch punt dat in de praktijk regelmatig misgaat: de vergunning moet op locatie aanwezig en toegankelijk zijn voor toezichthouders. Sla de originele documenten, of gewaarmerkte kopieën, op in de administratie op de opvanglocatie zelf. Niet alleen in de thuismap van de penningmeester.
Goed om te regelen: zorg dat minimaal twee bestuursleden weten waar de vergunningen liggen en toegang hebben tot die map. Dat voorkomt problemen bij onverwacht bezoek van een toezichthouder of bij ziekte van een bestuurder.
Wat zijn de gevolgen bij een overtreding?
Het bevoegd gezag beschikt over meerdere handhavingsinstrumenten. Dat loopt van een waarschuwing en een last onder dwangsom (een boete die oploopt zolang de overtreding voortduurt) tot bestuursdwang en, in ernstigere gevallen, een strafrechtelijk proces-verbaal. In het verleden heeft dit bij wildopvangen ook tot rechtszaken geleid.
Als bestuurslid ben je verantwoordelijk voor de juridische status van de organisatie. Werken zonder geldige vergunning is een overtreding, ook als het om een vergissing gaat of als de vorige bestuurder de verlenging heeft laten verlopen.
De einddatum bewaken: dit is bestuurstaak
Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Een vergunning of ontheffing heeft vaak een einddatum. Als je die datum mist, werk je op een gegeven moment zonder geldige toestemming. Dat is een overtreding van de wet, ook als het om een vergissing gaat.
Als bestuurslid is dit jouw verantwoordelijkheid. Niet die van de vrijwilliger die de dieren verzorgt. Niet die van de coördinator. Het bestuur is eindverantwoordelijk voor de juridische status van de organisatie.
Hoe zorg je ervoor dat je de einddatum niet mist? Leg alle vergunningen en ontheffingen op één centrale plek vast, inclusief einddatum. Zet de einddatum in je bestuurlijke agenda en plan een signaalmoment in van minimaal 6 maanden vóór de einddatum. Dat geeft je tijd om de verlenging voor te bereiden en in te dienen. Een nieuwe aanvraag doorloopt de volledige procedure: 8 tot 12 weken, plus eventuele aanvullingstijd.
Vraag je verlenging minimaal 6 maanden van tevoren aan. Liever 9 maanden.
Wijzigingen tijdig doorgeven
Een vergunning of ontheffing is afgegeven op basis van de situatie op het moment van aanvraag. Verandert er iets wezenlijks, dan moet je dat doorgeven. Dit is een wettelijke verplichting.
Wanneer geef je een wijziging door? Als je nieuwe diersoorten gaat opvangen die nog niet op de vergunning staan, als de locatie verandert, als de statuten worden gewijzigd, als de vakbekwame dierverzorger vertrekt en wordt vervangen, of als je te maken krijgt met een onvoorziene situatie waardoor je tijdelijk niet aan de voorschriften kunt voldoen. Dat laatste is expliciet opgenomen in de beleidsregels: het bevoegd gezag moet dan onmiddellijk op de hoogte worden gesteld.
Wijzigingen geef je door via Mijn Omgevingsloket. Dien een nieuwe aanvraag in en vermeld het kenmerk van de bestaande vergunning, met de toevoeging dat het om een wijziging gaat, bijvoorbeeld: ‘Wijziging Owff/2024/00’.
Wat als je nu al werkt zonder geldige vergunning?
Kom dan nú in actie (!): ga na wat er ontbreekt en zet de aanvraag in gang. Neem eventueel vooraf contact op met de provincie of RVO om de situatie te bespreken. Dat geeft je de mogelijkheid om te laten zien dat je de situatie serieus neemt en actief werkt aan herstel. Wacht hier niet mee.
Bestaat er een standaardtekst voor de aanvraag?
Niet officieel, maar in de praktijk hebben aanvragen voor wildopvang wel degelijk vaste bouwstenen die bij vrijwel elke opvang terugkomen. Hieronder vind je die bouwstenen, inclusief voorbeeldformuleringen die je als vertrekpunt kunt gebruiken. Pas ze altijd aan op je eigen situatie, locatie en diersoorten.
- 1: het doel
- 2: afbakening van diersoorten
- 3: beschrijving locatie
- 4: vakbekwaamheid van de dierverzorger
- 5: werkwijze
Dit is de kern van elke aanvraag. De formulering moet aansluiten bij de wettelijke eisen uit de Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten. Een beproefde formulering:
"Het doel van de opvang is het vangen, vervoeren en onder zich hebben van wilde inheemse dieren die ziek, gewond of verweesd zijn als gevolg van ziekte, verwonding, verwezing of direct of indirect menselijk handelen of nalaten, met als doel deze dieren te verzorgen, te revalideren en terug te plaatsen in de natuur. Indien terugplaatsing niet mogelijk is, wordt gezorgd voor een passende definitieve bestemming of wordt het dier geëuthanaseerd."
Hier heb je twee opties.
- De eerste is een positieve lijst: je benoemt welke soorten je opvangt.
- De tweede, en vaak slimmere keuze, is een negatieve afbakening: je beschrijft welke soorten je uitdrukkelijk niet opvangt.
De negatieve afbakening werkt beter omdat die de scope strak afbakent, de geloofwaardigheid vergroot en voorkomt dat de provincie vragen stelt over of je wel toegerust bent voor zware of gespecialiseerde soorten.
Een voorbeeld:
"De opvang richt zich op alle inheemse in het wild levende diersoorten die voorkomen in de regio, met uitzondering van grote zoogdieren zoals reeën, wilde zwijnen en wolven, zeezoogdieren zoals zeehonden en bruinvissen, en grote roofvogels waarvoor gespecialiseerde opvang vereist is. Voor deze soorten verwijzen wij door naar erkende gespecialiseerde opvangcentra."
Pas de uitzonderingen aan op wat in jouw situatie reëel is. Een opvang in een stedelijke omgeving zal andere soorten uitsluiten dan een opvang op het platteland
De wet stelt concrete eisen aan de vakbekwaamheid van de dierverzorger. Er zijn twee routes om daaraan te voldoen.
Route 1: diploma plus ervaring.
De dierverzorger beschikt over een geaccrediteerd MBO-, HBO- of WO-diploma waarbij kennis is opgedaan over het zorgdragen voor dieren en informatieoverdracht, aangevuld met minimaal 192 uur relevante ervaring opgedaan in maximaal zes maanden.
Route 2: aantoonbare werkervaring.
De dierverzorger heeft minimaal drie jaar lang, minimaal 160 uur per jaar, aantoonbare ervaring opgedaan in een opvanginrichting waar de specifieke categorie dieren werd gehouden waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd. Let op: deze ervaring is soortspecifiek. Ervaring met vogels telt niet automatisch mee voor zoogdieren.
Vermeld in de aanvraag via welke route de dierverzorger aan de eis voldoet, en onderbouw dat concreet: naam, opleiding met registratienummer of instelling, en aantoonbare uren en periode van ervaring.
Voeg daarnaast een beschrijving toe van het aantal vakbekwame dierverzorgers in verhouding tot het aantal te verzorgen dieren. Dat is een apart vereiste uit het protocol en wordt bij controle ook getoetst.
Er geldt een overgangsregeling: dierverzorgers die op het moment van inwerkingtreding van het nieuwe protocol (1 januari 2025) al voldeden aan de eisen van artikel 3.11 van het Besluit houders van dieren, hebben vijf jaar de tijd om aan de nieuwe eisen te voldoen. Dit is geen permanente vrijstelling.
Benoem kort hoe je de dierenregistratie bijhoudt: per individueel dier of per diergroep, welke gegevens je vastlegt (soort, vindplaats, datum binnenkomst, behandeling, uitkomst) en waar je dit registreert. Dat hoeft geen uitgebreid systeem te zijn, maar het moet controleerbaar zijn.
Praktisch advies: neem vooraf contact op met de provincie
Veel provincies bieden de mogelijkheid van vooroverleg voordat je de aanvraag indient. Gebruik dat. Vraag wat de provincie specifiek verwacht in de aanvraag voor jouw type opvang. Dat bespaart een heen-en-weer van aanvullingsverzoeken en verkort de doorlooptijd aanzienlijk.
Samenvatting voor het bestuur
Als bestuurslid van een wildopvang draag je verantwoordelijkheid voor het op orde hebben van de vergunningen en ontheffingen van jouw organisatie. De kern:
- Bepaal welke diersoorten je opvangt en welke ontheffingen daarvoor nodig zijn.
- Vraag de omgevingsvergunning voor inheemse soorten aan bij de provincie via het Omgevingsloket.
- Vraag de ontheffing op grond van de Wet dieren voor niet-aangewezen zoogdieren aan bij RVO.
- Zorg dat de statuten aansluiten bij de wettelijke eisen.
- Bewaar alle vergunningen centraal en op locatie, noteer de einddatum en vraag tijdig verlenging aan, minimaal 6 maanden van tevoren.
- Geef wijzigingen actief en tijdig door.
- Als jouw dierenambulance structureel dieren tijdelijk opvangt op een eigen locatie: vraag de provincie of dat vergunningplichtig is. Doe dat nu.
- Zorg dat de vergunningen aantoonbaar aanwezig en up-to-date zijn.
Dit zijn geen formaliteiten. Dit is de juridische basis onder alles wat jouw organisatie doet. Heb je vragen over ontheffingen voor jouw organisatie? DierenAdviesPunt helpt je op weg.

