Wat speelt er
De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) bracht begin november het advies Vergeten vrienden: mens in de knel, maar het huisdier redt zich wel? uit. De Raad onderzocht hoe het gaat met huisdieren van mensen die het moeilijk hebben. Denk aan mensen met geldzorgen, mensen zonder huis, ouderen met dementie, mensen met psychische problemen en slachtoffers van huiselijk geweld.
Een paar cijfers uit het rapport:
Volgens het LICG hebben naar schatting meer dan 250.000 huishoudens met een minimuminkomen een huisdier.
De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn kreeg in 2025 iets minder meldingen over verwaarlozing van honden en katten, maar de gevallen werden ernstiger. Inspecteurs troffen vaker dieren aan die te weinig of geen eten kregen, in vervuilde omstandigheden leefden of te laat medische zorg kregen.
De Raad concludeert dat huisdieren van deze mensen meer risico lopen. Dat komt volgens de Raad meestal door de omstandigheden waarin de eigenaar zit, en niet door onwil. De zorg voor mensen en de zorg voor dieren zijn bovendien gescheiden werelden. Hulpverleners voor mensen herkennen signalen over dieren onvoldoende, en wie met dieren werkt weet vaak niet waar hij zijn zorgen over de eigenaar kwijt kan. Signalen komen daardoor laat of helemaal niet aan.
Over de hulp zelf schrijft de Raad dat die vooral van onderop is ontstaan. Ze leunt grotendeels op vrijwilligers en donaties, en het aanbod verschilt per regio. Een van de vervolgstappen die de Raad voorstelt, is één landelijk overzicht van alle hulpmogelijkheden.
Wat betekent het voor je bestuur
Het rapport geeft je een onafhankelijke bron waar je naar kan verwijzen, bijvoorbeeld in een gesprek met je gemeente of in een fondsaanvraag. Daarnaast kan je met een paar kleine stappen zelf al veel doen.
Wat kan je nu doen
Als dierenasiel
Uit de interviews in het rapport blijkt dat afstandskosten kunnen oplopen tot boven de 200 euro. Voor sommige eigenaren is dat niet op te brengen. Zij zoeken dan zelf een nieuw thuis via een online platform of een stichting als Verhuisdieren.nl. Lukt dat niet, dan blijft het dier noodgedwongen bij de eigenaar. Het rapport noemt ook dat dierenasielen de afstandskosten soms zelf geheel of gedeeltelijk dragen.
Bespreek in je bestuur wanneer je afstandskosten verlaagt of kwijtscheldt, en wie dat beslist. Dan hoeft je baliemedewerker of vrijwilliger dat niet alleen te doen.
Houd het overzicht van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) bij de hand. Daarop staan dierenvoedselbanken, minimadierenartsen en hulp bij dierenartskosten. Zo kan je een eigenaar doorverwijzen als afstand doen niet hoeft: licg.nl/dierenhulp-voor-minima.
Als dierenambulance
Volgens het rapport hebben medewerkers van een dierenambulance geen formele bevoegdheden, maar kunnen ze wel signaleren dat het met de eigenaar niet goed gaat. De Raad noemt daarbij ook de centralist. Sommige dierenambulances nemen bij zorgen contact op met bijvoorbeeld Veilig Thuis, en de verschillen per regio zijn groot.
Over privacy zegt het rapport dat je persoonsgegevens niet zomaar mag delen. Is de gezondheid of het welzijn van mens of dier in gevaar, dan mag het wel, maar pas als je zelf alles hebt gedaan om de situatie op te lossen. De Raad constateert dat in de praktijk vaak niet duidelijk is wanneer dat zo is.
Maak één A4 met de nummers die je centralisten en chauffeurs nodig hebben: het sociaal wijkteam in je werkgebied, Veilig Thuis en 144 Red een dier. 144 is ook een advieslijn als je twijfelt.
Bespreek in je teamoverleg wat je doet als je je zorgen maakt over de eigenaar, en wat je wel en niet doorgeeft.
Bij huiselijk geweld kan je verwijzen naar Stichting Mendoo, de hulplijn voor mens en dier. Volgens het rapport krijgt Mendoo maandelijks zo’n 500 hulpvragen.
Als dierenvoedselbank of noodfonds
De Raad schrijft dat het hulpaanbod versnipperd en lastig te vinden is, en dat de voorwaarden per organisatie sterk verschillen. Uit de interviews blijkt dat veel eigenaren geen gebruik maken van hulp, omdat ze niet weten dat die bestaat. Een deel is ook bang dat ze hun dier kwijtraken als ze om hulp vragen.
Zet je voorwaarden duidelijk op je website: voor wie je er bent, in welk gebied en hoe je je aanmeldt.
Kijk of je organisatie op het LICG-overzicht staat. https://www.licg.nl/dierenhulp-voor-minima/
Laat het sociaal wijkteam en de schuldhulpverlening in je gemeente weten dat je bestaat.
Voor iedereen: het gesprek met je gemeente en fondsen
Gemeenten mogen zelf geen regels stellen voor dierenwelzijn. Volgens de RDA kunnen ze dierenwelzijn wel laten meelopen met ander beleid, zoals het sociaal beleid. Gemeenten voeren onder meer de Wmo, de Participatiewet en de schuldhulpverlening uit. Ze bepalen zelf wanneer ze bijzondere bijstand geven en welke regelingen er zijn voor mensen met een laag inkomen. Sommige gemeenten ondersteunen kwetsbare inwoners al bij de zorg voor hun huisdier.
In de praktijk zien we dat dit onderwerp bij de gemeente vaak bij het sociaal domein ligt, en niet bij de ambtenaar voor dierenwelzijn. Wil je hierover in gesprek, zoek dan uit wie bij jouw gemeente over het minimabeleid of de Wmo gaat. Daar zitten vaak ook de budgetten. Het RDA-rapport kan je meenemen als onderbouwing.
Hetzelfde geldt voor fondsen. Een van de geïnterviewden merkt op dat fondsen ‘voor mensen’ vaak geen diergerelateerde activiteiten steunen. De RDA vat het zelf samen als “Dieren helpen is tegelijkertijd mensen helpen.” Neem dat citaat en het rapport mee in je volgende aanvraag, ook bij fondsen die zich vooral op het sociaal domein richten.
Meer weten?
Het volledige advies en de korte publieksversie staan op rda.nl. Loop je ergens tegenaan of wil je even sparren over wat dit voor jouw organisatie betekent? Stel je vraag, dan denken we met je mee.
Bron: Raad voor Dierenaangelegenheden (2026), Zienswijze 'Vergeten vrienden: mens in de knel, maar het huisdier redt zich wel?' | Raad voor Dierenaangelegenheden

